Werk

The story continues further

24 november 2002

Of ik nog wel eens werk, zo was het commentaar op de laatste toevoegingen aan het Nuffield-verhaal. Weldegelijk, tussen de bezoeken aan Amsterdam en de motoravonturen in werk ik, en veel ook. Dus vandaag een overzichtje van waaruit dat werk bestaat.

Een dag uit het leven

Hoe ziet een werkdag er uit? Nu, rond een uur of half acht gaat de wekker. Redelijk beschaafd, zo'n tijdstip, en eigenlijk is het het tijdstip waarop ik de laatste 20 jaar zo'n beetje wakker wordt om aan de slag te gaan.

Het ontbijt sla ik niet over, en op naar de deur. Een belastingaanslag, wat een kolder, maar geen herinnering van de huurbaas. Misschien moet ik hen zelf er maar eens aan helpen herinneren dat ik ze nog een borg schuldig ben. Maar misschien wacht ik daar nog een paar dagen mee, tot ik weer wat ponden op m'n rekening heb, ook handig.

Op de fiets naar het werk (scheelt weer 5 minuten lopen, en wie wil er nu lopen als 'ie wielen heeft?), met de laptop op de rug. Daar eerst langs het koffieapparaat, en met de post in de hand op weg naar de werkkamer.

Op maandag stelt de PTT me nooit teleur, stapels opgaven zoals de studenten ze op vrijdag hadden ingeleverd. Gelukkig kijkt een AIO ze voor me na, zodat ik er alleen diagonaal overheen hoef om nog een losse opmerking te plaatsen, en een eindoordeel te vormen. Maar daarover later meer.

Als ik de opgaven gehad heb (vaak een uur of twee, drie later), en de email behandeld of in het bakje nog te behandelen heb geschoven, draai ik m'n sheets in elkaar. Meestal is dat knippen en plakken, en kan ik de uitwerking van iemand anders gebruiken om de opgaven mee uit te leggen. Half uurtje, soms een klein uur, en is ook dat gebeurd.

Veel tijd voor onderzoek is er zo 's ochtends niet meer. Want rond half één is het tijd voor de lunch, altijd de moeite waard!

Na de lunch even onderzoek doen, wat kan bestaan uit

Seminars

Zo moest ik de laatste weken een seminar geven in Nuffield, over een artikel met SJ; een artikel waarvan we dachten dat we de boel aardig doordacht hadden.

Nou, niet dus. Het geven van een seminar op Nuffield is natuurlijk sowieso een wat masochistische bezigheid, met het commentaar dat je kunt verwachten, en het werd weer in alle toonaarden (met alle goede bedoelingen, en gelukkig uitermate vriendelijk) geventileerd. Dat geeft weer voor weken werk, hoef ik me niet te vervelen!

Een tweede seminar mocht ik op de Universidad Carlos III de Madrid geven: Eindelijk, niet meer als student bij de universiteit langs, maar als medeonderzoeker, om een stuk werk te presenteren. Jammergenoeg niet hetzelfde als wat ik op Nuffield te berde had gebracht, zodat het apart voorbereid moest worden. 's Ochtends voor het vliegtuig ging nog gauw in een kwartiertje de laatste nachtelijke schattingsresultaten in de tabel geplakt, en op naar Madrid!

Nee, je hoort me niet klagen. Heus, het is echt werk, presenteren, van te voren de boel voorbereiden, ter plekke slimme antwoorden proberen te geven, en met Jan-en-alleman (meestal heten ze Juan in plaats van Jan, maar dat terzijde) een gesprekje voeren.

En natuurlijk wat oude vrienden opzoeken, laat ik dat niet vergeten. En kijken of m'n Spaans nog werkt, dat wil ik ook niet vergeten. Gelukkig, de taal doet het nog. En vreemd genoeg nog steeds haast soepeler dan het Engels, hoe dat toch kan, ik snap er weinig van!

Reizen

Nu had ik me voorgenomen niet te veel te reizen. Genoeg te doen en beleven in Oxford, dus ik blijf net zo goed hier. Maar dan dus een uitje naar Madrid, in januari nog één om in een proefschriftcomité(!) plaats te nemen, deze maand nog naar A'dam voor een verdediging van een vriendin, en volgend maand nog naar een conferentie in Bologna. Heus, 't is echt allemaal werk!

Onderwijs

Over de werkgroepen die ik moet geven hebben jullie me vast al uitgebreid gehoord, dat is ook een groot deel van het werk dat ik deze weken hier doe. Dit semester, Michaelmas term, gedurende zo'n 8 weken moet ik twee groepen van 16 studenten bij zien te brengen hoe ze econometrie-opgaven moeten maken. De theorie-lessen worden iedere week zo'n 4 uur lang gegeven door Neil Shephard, en dan moeten ze daarna nog 2 uur lang mijn geblaat aanhoren over hoe ze hun opgaven hadden moeten beantwoorden...

Het lesgeven zelf kost niet zo veel tijd, het voorbereiden van de opgaven, snappen wat de problemen kunnen zijn vraagt al meer aandacht, maar vooral tijdsintensief zijn de opgaven die de studenten inleveren. Iedere maandag ligt er een pak van 32 opgaven, gewoonlijk zo'n 7-12 kantjes per persoon, gelukkig al nagekeken door een teaching assistant. Maar zelf ga ik er toch ook nog een keer diagonaal doorheen, om te snappen wat ze fout hebben gedaan, en ook om in de gaten te houden welke studenten extra aansporing nodig hebben.

Lesgeven zelf is zeker niet vervelend, hier in Oxford waar de studenten al aardig wat hobbels hebben moeten nemen om binnen te komen. Het niveau van de studenten ligt een stuk hoger dan wat je in NL tegen kunt komen, al moet gezegd worden dat dit dan ook MPhil studenten zijn, dus geen undergraduates meer. Maar dan nog: Ze worden wel geacht om in 8 weken tijd het grootste gedeelte van de basis-econometrie te snappen, tot een zeer hoog niveau. Een zelfde cursus bij het Tinbergen Instituut zou al gauw 3 maanden duren, en dan nog is het eindniveau van de studenten niet zo hoog.

Werk-gerelateerd

Of je het nu werk kunt noemen, nee, dacht het niet: Volgende week moet de Panto opgevoerd worden, door alle nieuwelingen op Nuffield. En inderdaad, bij die nieuwelingen hoor ik ook. Benieuwd hoe mijn toneelspel is, de rol is me op het lijf geschreven.

Het hele idee, voor zover ik het begrijp, is dat er een thema moet zijn (vorig jaar: Star Wars), en dat er aan het thema zodanig een draai wordt gegeven dat je de draak kunt steken met alle belangwekkende personen op het college. Gezien het script gaat dat best lukken dit jaar!

Klein vereiste voor het stuk: Ieder jaar moet `het paard' een belangrijke rol spelen. If not, begint het publiek te joelen: The horse, the horse, we want the horse...

Naschrift:
Ik hoorde al dat de Panto niet het enige onderdeel van de avond was. De uitnodiging zegt genoeg, lijkt me:
Ladies and Gentlemen

"Oh yes it is!"
   "Oh no it isn't!"
"Oh yes it is!"
   "Oh no it isn't!"
Bizarrely enough, these are not quotes from Nuffield's Political Theory workshop, but a reference to a curious British (and Nuffield) tradition unique to the season.

We are fast approaching the celebration of Christ's birth which means it's that time: pantomime, rears and ugly heads again.

The first years' blood letting, second years' sweating and fellows' fretting takes place Tuesday, 10th December in the hall after Christmas dinner.

All welcome...though the frail, those with a heart condition and pregnant women should proceed with caution.

Following the performance, the JCR will be throwing a spiritual nativity party where it is quite possible that every sin for which the messiah died will be committed- not least because the bar manager will be adhering sprigs of mistletoe to the ceiling.

All welcome....and again, the frail, those with heart conditions and pregnant women -- in fact -- any women, should proceed with caution.

On with the show!

Arthur Spirling

Genoeg

Schrijven over werk, daar kun je een tijd mee doorgaan. Maar nu moet er weer echt werk gedaan worden!


[Main page] [Top] [Next: Muziek] [Email: cbos@feweb.vu.nl]
Last change: 4/12/2002